
De economische situatie leek in het najaar van 2010 wel op een soort turbulente windstilte: terwijl hier en daar de indruk ontstond dat alles weer rimpelloos verloopt, was elders van alles aan het broeden. Denk maar aan de grote begrotingsproblemen van verschillende Zuid-Europese landen, de valutaoorlog die enkele maanden geleden in alle hevigheid woedde, en de niet aflatende stijging van de goudprijs die toch ook op grote ongerustheid wees. Hoe moeten we dat allemaal kaderen? En vooral: welke gevolgen zal deze turbulente windstilte de komende jaren hebben voor de individuele werknemer? Christian Leysen, de topman van het logistiek en maritiem bedrijf Ahlers en voorzitter van de Antwerp Management School, die erom bekend staat geen blad voor de mond te nemen en ook politiek heilige huisjes durft te slopen, geeft voor Reflexions zijn kijk op de huidige economische ontwikkelingen.
Christian Leysen is eind oktober net terug van een Vlaamse handelsmissie naar Sint-Petersburg als hij in zijn kantoor aan de Antwerpse haven de tijd neemt voor een aantal bespiegelingen over de economische toestand.
Twee eeuwen in een uitzonderingspositie
Duitsland verhoogde zijn groeiverwachtingen, maar in Groot-Brittannië zijn gigantische besparingen aangekondigd en Frankrijk is in de ban van straatprotest en vakbondsacties die de energiebevoorrading bedreigen. Ondertussen blijft België meer dan vier maanden na de verkiezingen bakkeleien over communautaire geschillen. Hoe kijkt u daar tegenaan? Christian Leysen: “We beseffen in de westerse wereld nog veel te weinig dat we de afgelopen twee eeuwen economisch in een uitzonderingssituatie hebben geleefd, met eerst de Europese werelddominantie als gevolg van de industriële revolutie en onze greep op de grondstoffen en vervolgens de Amerikaanse dominantie ondermeer door een sterke technologische innovatie. We denken nog allemaal veel te veel dat de opkomst van het Oosten een soort inhaalmanoeuvre is. Maar eigenlijk is dat een terugkeer naar een normale toestand. In 1820 was China goed voor een derde van het wereldwijde BBP. De voorgaande 18 eeuwen was het BBP van het Oosten trouwens groter dan dat van het Westen. De mensen in de thans (opnieuw) opkomende landen zijn immers niet dommer dan wij en ze zijn bovendien bereid om harder te werken. Als we onze hoge levensstandaard willen behouden, zullen we de zelfingenomenheid en zelfzekerheid echt achter ons moeten laten. Ik denk dat dit besef in landen als Duitsland en Groot-Brittannië begint te groeien, terwijl andere Europese landen kennelijk eerst nog een aantal klappen zullen moeten krijgen om de economische ontwikkelingen in een correct perspectief te zien. U bedoelt daar duidelijk ook België mee? Dat is evident. Ik heb het nog niet eens over onze communautaire twistappels die onze aandacht zo sterk opslorpen, maar er is in dit land een sterk gebrek aan lange termijnvisie. Waar willen we staan over 10 en 20 jaar ? Waar willen we echt het verschil maken ? Wat hebben we er voor over? Want grote slogans volstaan niet. Wij dobberen politiek al te veel in een emo-sfeer, waar we al te graag geloven dat we ons alles kunnen veroorloven. Kijk alleen maar eens naar het asielbeleid. Wat ik nu zeg klinkt misschien als heiligschennis, maar het kan toch niet dat een land onbeperkt asielzoekers opvangt en ze dan in hotels onderbrengt. Migratie is een fenomeen van alle tijden en economisch ook waardevol als je de moed hebt regels vast te leggen én te laten respecteren. Wat is er trouwens sociaal aan om mensen naar hier te lokken en ze geen werk te kunnen aanbieden? Terwijl het net voor iedereen hier eindelijk duidelijk wordt dat er - na twee eeuwen uitzonderingssituatie - hier de komende jaren voortaan minder te verdelen is en wij de arbeidstijd en loopbaanduur zullen moeten verlengen.
Wellnesscultuur
Maar heeft die besluiteloosheid ook niet te maken met het complexe institutionele kader in België? Uiteraard. Dat spreekt voor zich. De institutionele discussie vreet enorm veel energie en levert weinig toegevoegde waarde. Die institutionele complexiteit maakt het trouwens moeilijk om echt leiderschap toe te laten in het politiek bestel. Daaraan hebben we grote nood. Sterk leiderschap vereist drie ingrediënten: visie, moed en een breed maatschappelijk draagvlak. Zowel in België als in Vlaanderen worstelt men ermee. Ik heb trouwens de indruk dat de politieke leiders teveel leven in functie van hun media-aanwezigheid en te weinig tijd hebben voor grondige dossierkennis en het uittekenen van veranderingsprocessen. Het mobiliteitsdossier rond Antwerpen toont aan dat het ook in Vlaanderen niet evident is om nieuwe inzichten en technologieën te laten primeren op de inertie van het beslissingsproces binnen de overheid.Kan het in de ondernemingswereld een rol spelen? Als we ervoor willen zorgen dat de westerse wereld niet definitief uit de economische wielen wordt gereden, moet het ondernemerschap op alle niveaus sterker gestimuleerd worden. Maar wat zien we? Het ondernemerschap wordt in bijna alle landen gefnuikt door overregulering (‘voor elk incident een nieuwe wetgevende maatregel’), en door wat ik een ‘wellnesscultuur’ wil noemen. De overheid wil bij ons werkelijk iedereen in de watten leggen, maar dat kost natuurlijk geld en de hoge arbeidskost doet jobs naar het buitenland verhuizen. Het risico dat steeds meer talentvolle en gemotiveerde jongeren kiezen voor een job in het buitenland is niet ondenkbaar. Velen zijn het nu al beu steeds meer belastingen af te dragen voor een beleid dat hun pensioenen niet kan garanderen. Ik vrees eigenlijk wel voor een verdere braindrain. En dat zal onze situatie er niet op vergemakkelijken. Iedereen die de kans heeft gehad om de wereldexpo in Shanghai te bezoeken kan vaststellen hoe daar aangekeken wordt tegen werken en ondernemerschap. In vergelijking met Shanghai is New York een rustige stad geworden. Dat zegt genoeg. Ik denk dat het voor toekomstige bedrijfsleiders en topmanagers in het westen absoluut nodig is om eerst een jaar of twee in China of elders in Azië te werken. De jeugd kijkt vandaag uit naar een job in Shanghai, Singapore of Hong Kong eerder dan in New York.
Innovatie gaat hand in hand met ondernemerschapAls er toch ergens eens iemand blijk geeft van het besef dat we ons aan het laten overdonderen zijn door de opkomende landen in het Oosten, grijpt men al vlug terug naar innovatie als redmiddel. Moeten we vooral daar niet onze pijlen op richten? Innovatie is van alle tijden. Maar dat is eigenlijk niet meer dan een modewoord in politieke termen, een soort hype bij gebrek aan beters. We kunnen innovatie ook absoluut niet claimen als westerse eigenheid. Innovatie gaat hand in hand met ondernemerschap en zin voor initiatief om iets met innovatie te doen. Het kompas en buskruit zijn ook niet in het Westen maar in het Oosten uitgevonden. Focussen op innovatie vereist de slagkracht om echt iets met die innovatie te doen. Het Westen heeft zijn dominantie waargemaakt door die twee Oosterse uitvindingen effectief te exploiteren en zich zo als wereldmacht te profileren.Kan dat het overstappen zijn van het digitale tijdperk naar een droommaatschappij, waarin het emotionele de bovenhand neemt, zoals is beschreven door de Deense futuroloog Rolf Jensen? Rolf Jensen heeft dat allemaal mooi beschreven met een originele invalshoek. Maar ik geloof daar niet in. Kijk, als ik vroeger een week in het buitenland vertoefde, en ik kwam op vrijdagavond terug thuis, dan had mijn secretaresse alle post netjes klaar gelegd en moest ik een nachtje of weekendje doorwerken om maandag weer helemaal “bij” te zijn. Nu ben ik gewoon mobiel altijd bereikbaar en kom ik zonder huiswerk thuis. Maar er is een keerzijde van de medaille. Het gemak om te pas en te onpas je i-phone of blackberry te raadplegen – ook tijdens weekends – is een belasting van je privé-leven en vereist persoonlijke discipline. Voor mijn echtgenote ben ik via de digitale wereld niet in een droommaatschappij terecht gekomen. Onze levenspatronen zijn gewijzigd maar de juiste balans tussen ‘emo’ en ‘rede’ blijft een eeuwige zoekttocht zowel voor de bedrijfsleider als de consument.Wat zijn de troeven waarop we moeten inzetten in dit land?We moeten voluit inzetten op het menselijk talent van onze autochtone en allochtone bevolking. Uitgaan van onze sterktes, zoals ons onderwijssysteem, en mikken op de efficiëntie van onze ondernemings- en beleidsstructuren. ‘Less is More’ geldt ook op politiek vlak. Alles in vraag stellen en opbouwen vanuit het besef dat een staat sterk, soepel en slank moet zijn. Dat is niet evident want alle bestaande structuren hebben de natuurlijke neiging om voor hun zelfbehoud te zorgen. We moeten ook weer wereldburgers worden met een gezonde dosis realisme en waar nodig de hand in eigen boezem steken. ‘In de financiële crisis bijvoorbeeld is met een beschuldigende vinger naar de banken gewezen, terwijl de consument wou beleggen aan 6 % terwijl hij goedkoper voor zijn woning kon lenen. Enkel lange termijn denken creëert duurzame welvaart.
Goesting
U pleit voor meer leiderschap en een hernieuwde arbeidsvreugde. Hoe pak je dat best aan binnen een bedrijf?De voorbeeldfunctie van de bedrijfsleider moet natuurlijk inspirerend werken. De boodschap van de politiek over ‘werken’ en in de media is aan herziening toe. Maar ook het onderwijs heeft een belangrijke rol. Het “Next Generation Leadership” programma dat nu start op de Antwerp Management School steunt op drie principes : meer zelfkennis verwerven voor meer zelfontplooiing in het werk, de openheid naar een nieuwe wereldorde en maatschappelijke betrokkenheid. De toekomstige leider moet ervoor zorgen dat iedereen echt goesting heeft om te werken en zodanig iets kan realiseren waarop hij trots kan zijn. Tijdens mijn voorzitterschap van de Antwerpse Waterwerken heb ik iedereen de ondernemingsfabel van Spencer Johnson ‘Who moved my cheese’ laten voorspelen. Twee muizen in een labyrint vinden elke dag een stukje kaas op een welbepaalde plaats. Als die kaas er op een dag niet ligt, gaat de ene muis verontwaardigd janken en blijft zitten in de hoop dat de kaas toch opnieuw zal te vinden zijn op deze plek. Ze wordt log en steeds meer verzuurd. De andere muis gaat op zoek gaat naar nieuwe mogelijkheden en loopt alle gangen af van het labyrint. Ze blijft fit en spitsvondig en vindt natuurlijk elders kaas. Met andere woorden: we mogen ons niet verliezen in zelfbeklag of het Calimero-gevoel. De armen laten zakken en voortdurend zeggen “waarom overkomt mij dat nu weer”, heeft geen zin. We moeten vooruit! Degenen die het meest klagen zijn niet noodzakelijk de meest benadeelden, denk maar aan de opzegpremies in de automobielindustrie. Met goesting samen aan de slag gaan, moet het motto worden. Dan zullen we de “tough times” die ons economisch ongetwijfeld nog te wachten staan, kunnen ombuigen in een sterke basis voor een heropbloei van het Westen. Want groeipijnen zullen ze in het Oosten ook nog kennen en daar hebben we al een stukje ervaringsvoorsprong in. Geert Degrande