Donderdag 24 maart vond de expositie van het “Objet Préféré” van 17 uitgekozen mensen plaats.
de verhalen en de foto’s
http://objetprefere.be
Wens je op de hoogte gehouden te worden van het vervolg of mee te dingen om zelf je Objet Préféré voor te stellen? Mail dan naar geert@thefuturealliance.com
Hieronder het verslag van de avond en het gebeuren door journalist Geert Degrande.
Objet Préféré : in alle opzichten een geslaagd evenement
The Future Alliance pakte uit met een opmerkelijk initiatief. Het bureau vroeg 17 CEO’s en HR verantwoordelijken wat hun geliefkoosd voorwerp is. Dat leverde verrassende en uiteenlopende antwoorden op die veel zeggen over “verborgen” passies. Op 24 maart werden de betrokken voorwerpen tentoongesteld in het “Atelier des Tanneurs” in de Brusselse Marollenwijk. Het was een in alle opzichten geslaagd netwerkevenement dat zorgde voor geanimeerde gesprekken en bestaande en nieuwe zakelijke banden strakker aanhaalde. Dat Fons Leroy, de topman van VDAB een gepassioneerde wielerliefhebber is, wisten velen al, maar dat hij ook over een unieke verzameling wielertruitjes beschikt, was voor velen toch een verrassing. En dat Jean-Luc Deleersnyder, de topman van Sibelco, zo’n intense band heeft met een Hasselblad fototoestel, gaf ook weer aanleiding tot veel gesprekken. Dat gold eigenlijk voor alle verhalen achter de tentoongestelde objecten. Die verhalen waren ook te lezen op een pancarte bij de de voorwerpen én in een boekje dat speciaal voor deze gelegenheid werd gemaakt.
Gedurfd en origineel
“Mensen laten vertellen over hun favoriete voorwerp, was een gedurfd project”, zeggen Geert Fiers en Patrick Meirlaen van The Future Alliance in koor. “Maar het heeft ons, de mensen die erbij betrokken waren en de genodigden op het event allerminst ontgoocheld. Sterker nog, het leverde nog meer resultaat op dan we eigenlijk hadden verwacht. Het legde een aantal onbekende aders bloot, die veel zeggen over de mensen die een bedrijf of de HR-afdeling ervan in goede banen moeten leiden. In een tijdperk waarin iedereen op zoek gaat naar connecties – hoe moeten we anders verklaren dat vier op de tien Belgen een pagina hebben op Facebook en dat het professionele sociale netwerk LinkedIn nog succesvoller is ? – en naar manieren om mensen dichter bij elkaar te brengen, konden we op een prachtige manier verder kijken dan de “facts en de figures” maar ook een emotionele snaar raken. Door mensen hun verhaal te laten vertellen over hun geliefkoosde voorwerpen, boden we hen de kans een aantal persoonlijke zaken naar voor te brengen, die in normale zakelijke gesprekken slechts zelden aan bod komen. En dat is precies waar mensen vandaag naar op zoek zijn. Wie is de mens achter de man of vrouw die een welbepaalde functie vervult in een bedrijf? Waarom is hij of zij zo gedreven? Wat leert ons het feit dat iemand verknocht is aan een bepaald kunstwerk, aan een schaakbord, aan een bankje bij een rivier, aan een reisgids of aan de foto’s van zijn of haar kinderen?. Het is inmiddels een huizenhoog cliché geworden dat mensen in een onderneming het verschil maken. En dit op alle echelons van de onderneming, dus ook op de hoogste. Dan is het ook belangrijk om te weten wat die mensen drijft.
”Passie is cruciaal in het tijdperk van het talentisme”
Tijdens de jongste editie van het World Economic Forum in Davos hield Jeffrey Joerres, de topman van Manpower een opgemerkt pleidooi waarin hij betoogde dat niet langer de toegang tot het kapitaal bepalend is voor het succes van de bedrijven, maar wel het zogenaamde “talentisme”. “We komen nu echt in een tijdperk waarin bedrijven echt een beslissende concurrentievoorsprong kunnen nemen dankzij het talent van hun werknemers. Hij vertrekt met andere woorden van de premisse dat het menselijke kapitaal ‐de talenten van de werknemers‐ de belangrijkste grondstof is geworden voor verdere economische groei, veel meer dan de toegang tot het klassieke kapitaal. “Wij zijn daar al langer van overtuigd”, geven Geert Fiers en Patrick Meirlaen aan. “Alleen heeft Joerres de verdienste dat hij er met “talentisme” een nieuwe term heeft opgekleefd. We leven nu eenmaal in een tijdperk waarin het erg belangrijk is de dingen een naam te geven. Kijk maar naar de Belgische politiek waarin termen als “borrelnootjes”, “vette vis”, “drinkende paarden” en “eindspel” een heel eigen betekenis hebben gekregen. Met “objet préféré” hebben we willen inspelen op de aspecten die met de unieke talenten van iedereen te maken hebben, maar die soms verborgen blijven hoewel ze worden aangedreven door passie. Tot nu toe was het not done om openlijk over die passies te vertellen. Maar met ons evenement hebben wij daar hopelijk enigszins verandering in kunnen brengen. De reacties van de aanwezigen waren ook bijzonder positief. Via de omweg van het verhaal achter het geliefkoosde voorwerp hebben mensen zich wat bloot gegeven. Iets wat in onze maatschappij en onze cultuur, die worden gekenmerkt door een relatief grote terughoudendheid, tot nu toe weinig was gebeurd, maar iets waar wel nood aan is. Je kan niet mee op de kar springen van de open innovatie als je zelf openheid niet in het vaandel voert. Meer en meer verschijnen ook artikelen over de meerwaarde die kunstenaars aan het bedrijfsleven kunnen bieden. In zijn boek “The dream society” belichtte de Deense futuroloog Rolf Jensen tien jaar geleden al het belang van het vermengen van kunst en business. We zijn er zeker van dat we met “Objet préféré” een aanzet hebben gegeven tot meer openheid, minder terughoudendheid en het afstappen van het silo-model. Zoals men binnen organisaties ook moet streven naar open platformen, waarin er over de afdelingen perfect wordt samengewerkt, zo moeten organisaties ook verder durven kijken dan hun eigen bedrijf en hun eigen sector. Leren van de verhalen van kunstenaars, maar ook van de passies van collega’s uit andere bedrijven is een hoeksteen om bij te dragen tot de verdere successen van de eigen organisatie.”