The Future Alliance Reflexions

Mensen met passie: interview met Wilfried De Meyere

Over passie moet je succesvolle zakenmensen, managers of bedrijfsleiders doorgaans weinig leren. Werken is hun passie, letterlijk. Met alle stress en besognes vandien. Om de balans in evenwicht te houden, beoefenen ze een hobby, doen ze aan sport of engageren ze zich in het verenigingsleven. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en bij sommigen mondt dat uit in een andere passie. Met hun hele ziel en zaligheid gooien ze er zich in. Zaken, sport of hobby: deze mensen willen altijd de top bereiken.

Ook naast hun beroepsbezigheden hebben sommigen nog ‘top’ambities, en dat namen we voor dit eerste nummer van The Future Alliance Reflections letterlijk. Wilfried De Meyere, managing director van HRTechnologies, ontpopte zich de jongste jaren tot een gepassioneerde bergbeklimmer. Hij ging al enkele fors uit de kluiten gewassen exemplaren te lijf, zoals onder andere de Kilimanjaro, de Elbrus, de Mont Blanc en de Aconcagua. Om deze bergen aan te kunnen, loopt hij drie keer per week anderhalf uur en fitnest hij soms. Net voor een bergtocht drijft hij dit tempo nog op. Bergbeklimmen is een manier van leven.

“Als ik klim, ben ik met niets anders bezig”

Tot 2000 werkte Wilfried De Meyere voor Logica (nu LogicaCMG). Hij was er supervisory managing director for Continental Europe en member of the executive committee. Een hele mond vol, maar het komt eigenlijk neer op een heel druk leven. “Zeventien jaar lang had ik nauwelijks tijd voor mijn gezin, een hobby of voor andere dingen”, zegt De Meyere. “Ik wou eruit. Meer tijd hebben voor mezelf.” Hij bekeek zijn opties en dat resulteerde uiteindelijk in HR-Technologies. “Dit is een bedrijf met momenteel tien mensen, peanuts vergeleken met de honderden medewerkers bij Logica.”

Wilfried De Meyere

Foto Stijn De Meyere

Het leven van Wilfried De Meyere werd er een stuk rustiger op, en dat liet hem toe om enkele stille ambities waar te maken. “Ik begon met motorrijden en helikoptervliegen. Dat laatste moest ik ondertussen weer laten schieten, omdat mijn ogen niet goed genoeg meer zijn.” Dus gooit hij zich vol overgave zomaar op het bergbeklimmen. Pardon? Zomaar? “Neen, je moet uiteraard een goede basisconditie en doorzettingsvermogen hebben, in staat zijn om afstand te nemen van onze dagelijkse hygiëne- en comfortnormen en bereid zijn om af te zien. Letterlijk, want bergbeklimmen kan pijn doen.”

Klimmen in gedachten

De Afrikaanse Kilimanjaro van 5.895 meter was zijn eersteling. “Dat was toen een hele uitdaging, maar achteraf gezien niet eens zo erg. Vooral aan mijn laatste bergtocht naar de top van McKinley in Alaska (met 6.194 meter de hoogste berg van Noord-Amerika, red.) bewaar ik de beste herinneringen.” Hij beklom de Denali, zoals deze piek ook genoemd wordt, vorige zomer helemaal in zijn eentje. Een harde noot.

Wilfried De Meyere benadert zijn bergavonturen met een bijna alledaagse vanzelfsprekendheid, maar nooit met nonchalance. “Als je plannen hebt, moet je die gewoon uitvoeren. Je bereidt je voor, zorgt voor een goede conditie en leest er heel veel over. En dan sluit je je aan bij een groep. Samen geraak je er wel. Pas daarna denk je aan duo- of solotochten. Het is een groeiproces, ook mentaal. Voor je eraan begint, heb je een tocht al tientallen keren in gedachten ondernomen. Natuurlijk, het blijft een risico - er zijn in 2007 weer een paar mensen omgekomen op de McKinley - maar je moet je zoveel als menselijk mogelijk is, indekken. Daar moet het thuisfront vertrouwen in hebben.”

Ouder en rustiger

Met ouder worden, ben ik ook heel wat realistischer geworden over wat ik kan en niet kan.

Dat vertrouwen werd in de loop van de jaren opgebouwd. “Met mijn eerste bergtochten in groep had mijn vrouw nauwelijks problemen”, vertelt De Meyere. “Je bent in groep en je kan op elkaar terugvallen. Je verlicht letterlijk elkaars last. Daarna doe je duotochten, en dan solo. Trouwens, ik mag dan al een doorzetter zijn, maar als ze me met rationele argumenten kunnen overtuigen dat een tocht te gevaarlijk is, zou ik ervan afzien. Met ouder worden, ben ik ook heel wat realistischer geworden over wat ik kan en niet kan.”

“Ik ben nu rustiger. Ik herinner me mijn eerste marathon. Mijn secretaresse had me uitgedaagd om die te lopen. Ik heb doorgezet, ik moest en ik zou aankomen, ondanks alles. Ik ben er wel een week ziek van geweest. Maar bij mijn laatste marathon: een kramp rond kilometer 31, nog even proberen of het niet zou overgaan, maar daarna toch opgegeven na 37 km. Hetzelfde geldt op de berg. Gaat het niet meer, dan stop ik. Dan ga ik morgen wel verder. Of als het helemaal niet lukt: omdraaien en veilig terugkeren. Dan ben je diep ontgoocheld, maar het is beter zo. Wat niet wegneemt dat ik meteen plannen begin te maken voor een nieuwe poging.”

Ouder en wijzer dus, net zoals de meeste mensen. Overigens vindt zijn vrouw dat hij na de terugkeer van de toppen van de wereld veel rustiger is. Dat is ook mooi meegenomen. “Maar voor ik afreis, word ik heel ongedurig. Bovendien train ik dan veel en let ik meer op mijn voedsel. Dan zegt mijn vrouw dat ze blij zal zijn als ik eindelijk vertrek.”

Extreme omstandigheden

De Mount McKinley beklom Wilfried De Meyere voor de eerste keer in 2004. De berg wordt ook de Denali genoemd, wat ‘the great one’ betekent. De reus wordt gekenmerkt door extreem koude weersomstandigheden en door een ongewoon hoog risico op hoogteziekte, omwille van zijn specifieke ligging.

“We probeerden die berg in duo te beklimmen. We deden dat echter vroeg op het seizoen, waardoor we tien dagen vastzaten in ons tentje omwille van aanhoudende sneeuwstormen. Dan kom je zowel jezelf als de andere tegen. Vandaar dat ik nooit met vrienden zo’n bergtocht zou ondernemen. Want daarna moet je verder leven met de kennis die je over de ander hebt opgedaan. Of met wat je zelf tegen hem hebt gezegd. Dergelijke extreme leefomstandigheden doen rare dingen met je. Je leert mensen op een heel andere manier kennen.”

Zoals zijn jongste zoon, een fotograaf, met wie De Meyere de Mont Blanc in de Alpen opklom. Op 150 meter van de top vond zoonlief dat het genoeg geweest was. Niet zozeer omwille van fysieke problemen, maar omdat hij zijn foto’s had - meer moest dat voor hem niet zijn. “Daar heb ik het - met mijn karakter - dan moeilijk mee. Maar je moet dat respecteren. Iedereen is anders. Dat hebben de bergen me ook geleerd. Ik had vooraf met mijn vrouw afgesproken dat ik mee zou terugkeren als hij niet meer verder wou. Dat heb ik gedaan. Geen discussie. Aan zo’n afspraken moet je je altijd houden. Mocht ik jonger geweest zijn, dan had ik het daar ongetwijfeld heel wat moeilijker mee gehad.”

Alleen de berg op

In de zomer van 2007 wou Wilfried De Meyere de McKinley overdoen, in zijn eentje. “Mijn vrouw en mijn dochter zagen dat niet zitten. Ik heb hen moeten overtuigen. Dat ik mijn eigen grenzen ken, dat ik niet te beroerd ben om terug te keren als het niet meer gaat. Ze weten dat ik geen onnodige risico’s zal nemen. Daarom klom ik ook ’s nachts. Dan is de sneeuw steviger en loop je minder risico om in kloven te vallen. Voor de reis, maar ook voor iedere etappe, controleer ik tientallen keren mijn materiaal. Elke vergetelheid kan je duur te staan komen. Bovendien sleur ik, ondanks het gewicht, toch altijd een satelliettelefoon met me mee - op mijn blote lichaam, om de batterijen te beschermen tegen de temperaturen van min 30 tot min 40 graden.” “Zelfdiscipline is bijzonder belangrijk. Opstaan, ondanks de kou. Doorbijten. Een uur nodig om je aan te kleden. Sneeuw ruimen, ook als je weet dat je dat straks misschien weer moet doen. De tijd nemen om sneeuw te smelten voor wat thee of soep. Alles wat je nodig hebt voor je dagtocht - koekjes, gedroogd voedsel - in de goede volgorde inpakken, nadenken over wat komen zal en hoe je het gaat aanpakken, een vaste routine houden die je behoedt voor denkfouten bij ijle lucht, eten ingraven voor de terugweg.”

Wilfried De Meyere

Wilfried De Meyere’s volgende berg is een ‘achtduizender’ zonder extra zuurstof. “Weer een andere uitdaging. Vanaf 7.200 meter kom je in de death zone. Daar kan je niet meer recupereren. De energietank gaat er vlugger leeg dan dat hij ooit kan aangevuld worden.”

“Daarboven denk je ook anders, bén je anders. Je stelt je verwachtingen bij. Je hebt nu eenmaal geen kraantje waar water uitkomt. Je kan geen douche nemen. Soms wil de slee niet meer mee, of vraagt je tentje opzetten in zo’n extreme weersomstandigheden veel energie.”

Topemoties

Over het ‘topgevoel’: “Dat is altijd emotioneel. Ontroerend, zeker. Die schoonheid …”

Soms ligt de top niet in het bereiken van de top zelf. “Zo vormt de Mont Blanc nauwelijks nog een uitdaging voor me. Maar enkele jaren geleden begeleidde ik een vrouw die hersteld was van borstkanker. Mijn grote uitdaging was toen om die vrouw veilig naar boven (en naar beneden) te gidsen. Dat is een heel andere emotie.”

Zelfs op de top van een berg blijft Wilfried De Meyere met de voeten op de grond. “Je hebt dan je doel bereikt, maar eigenlijk ben je maar halfweg. Je moet ook nog weer naar beneden. Je concentratie is anders en je doelstelling is weg. Boven op de McKinley belde ik met de satelliettelefoon naar mijn vrouw. Ze was blij, maar er was geen euforie van haar kant. “Zorg maar dat je veilig weer beneden geraakt”, luidde haar boodschap. Ze had gelijk. Ik heb mezelf bij het teruggaan nog op een fout betrapt. Het weer was aan het veranderen en ik wou niet het risico nemen om nog langer op de bergflank vast te zitten. Dus ben ik, na een nacht afdalen, ’s morgens nog verder blijven afdalen en gedeeltelijk in een kloof gevallen. De sneeuw was slapper geworden door de zon en de vermoeidheid was toegeslagen.”

Geloof in eigen kunnen

Wilfried De Meyere relativeert eventuele parallellen tussen het zakenleven en bergbeklimmen.

“Ik heb ermee leren leven dat niet alles altijd kan zijn zoals ik het zou willen.”

“Tja, het is inderdaad eenzaam naar de top. Dat is dan misschien een parallel met mijn leven als topmanager, zoals bij Logica. Ook het geloof dat je iets kan, is belangrijk. De eerste twee jaren van HR-Technologies waren heel moeilijk. Maar we hebben de stap gezet, we geloofden in de mogelijkheden en we doen het zoals ik denk dat het moet en zoals ik het kan, binnen mijn eigen grenzen. Nu zijn we goed aan het groeien.”

En passant heeft De Meyere het ook nog over ‘even stoppen, en genieten van wat je ziet en ervaart’. “Want doorgaans ben je, net zoals in het gewone leven, zo geconcentreerd op wat je doet, dat je niet meer bij de dingen stilstaat. Dat doe ik nu wel, ook in het gewone leven. Dat heeft te maken met het vinden van een evenwicht. Ik kan mijn zakelijke activiteiten nu beter loslaten. Vroeger zou ik tijdens een reis wel tien keer getelefoneerd hebben. Maar er is de berg, er is thuis en er is het werk. Ik heb ermee leren leven dat niet alles altijd kan zijn zoals ik het zou willen.”

Nog geen reacties »

Reageer als eerste!

RSS feed voor comments op dit bericht. TrackBack URL

Plaats een reactie