Vlaanderen heeft ingenieurs nodig
Agoria, de sectorfederatie van de technologische industrie, ontplooit heel wat initiatieven om jongeren warm te maken voor positieve wetenschappen en technologie. Dat is nodig want techniek, technologie, wetenschappen en informatica zijn blijkbaar niet altijd even populair. Wilson De Pril: “Een deel van het probleem zit hem in het feit dat jongeren zich, vanuit hun huidige comfortzone, niet meer afvragen of ze morgen een activiteit zullen kunnen doen die hen een inkomen verschaft. Ze doen studies omdat ze die graag doen. Op zich een valabele reden, ware het niet dat het op termijn de concurrentiepositie van Vlaanderen uitholt doordat we geconfronteerd worden met een tekort aan ingenieurs, onderzoekers etc. We zien het verschijnsel trouwens in alle welvarende landen opduiken.”

We moeten onze economie differentiëren met ‘traditionele’ bedrijfsactiviteiten, en niet alleen mikken op hoogtechnologie en kenniseconomie. Ook onze lager geschoolden moeten een job hebben. Het kunnen niet allemaal Einsteins zijn.
Er is toch iets vreemd aan de gang. Welk jong mens is vandaag niet gefascineerd door bijvoorbeeld gaming, digitale spullen en audiovisuele gimmicks? Technologie domineert hun leven. “Meer zelfs”, becommentarieert Wilson De Pril. “Velen van hen zijn begaan met de milieu- en energieproblematiek. Ze wijzen de industrie vaak met de vinger maar beseffen blijkbaar niet dat veel van de oplossingen in de technologie te vinden zijn. Als sectorfederatie vinden we het onze plicht om die informatie aan de jeugd te geven, via verschillende initiatieven zoals Go2Work, de Agoriaprijs, Girls’ Days enzovoort.”
Leren creëren
Misschien beseffen ze het niet helemaal, maar jongeren van vandaag staan voor heel wat moeilijke uitdagingen. Een aantal fundamentele kwesties steken nu al de kop op. De Pril: “We kunnen bijvoorbeeld niet ontkennen dat het zwaartepunt op economisch gebied van het Westen naar het Oosten verschuift. Net zoals de vraag rijst wie in de toekomst onze gezondheidszorg of ons onderwijs zal betalen, of hoe we de vergrijzing het hoofd zullen bieden. “Ons probleem zit in het feit dat heel ons maatschappelijk en sociaal systeem, maar vooral ook de beleidsmensen, erop gericht zijn om te verdelen en niet om te creëren.”
“Ons probleem zit in het feit dat heel ons maatschappelijk en sociaal systeem, maar vooral ook de beleidsmensen, erop gericht zijn om te verdelen en niet om te creëren.”
Laat dat ‘creëren’ nu net in de hoofden van de mensen moeten ontstaan. Wat is er belangrijker in een gemeenschap dan onderwijs die creativiteit en zin voor innovatie bij jongeren kan stimuleren? “De kern van onze economie draait rond kennis. En nu - eindelijk - de mensen beginnen te beseffen dat we in een neerwaartse economische spiraal zitten en dat onze welvaart toch maar een broos gegeven is, komt er misschien een soort realiteitszin die zaken, die tot voor kort onbespreekbaar waren, nu toch op de agenda zet. Bijvoorbeeld dat de taart eerst moet gebakken worden door onze kennis via producten, diensten,… internationaal te verkopen vooraleer ze kan verdeeld worden. Meer dan ooit heeft de overheid hier op allerlei niveaus veel werk te verzetten.”
Motiveren!
Dat ingenieurs in die maatschappij van morgen een belangrijke rol te spelen hebben, staat buiten kijf. De vraag van bedrijven naar ingenieurs zal stijgen. “Het gaat er namelijk om dat we de ideeën moeten hebben om onze producten en diensten te vernieuwen, en dat we die rol vooral op een internationaal niveau moeten kunnen spelen. Hoewel er nu misschien even een periode zal ontstaan waarbij er net iets minder vraag is naar (burgerlijk) ingenieurs is de trend op lange termijn toch een stijging,” zegt een overtuigde Wilson De Pril.
Helaas vertoont de interesse voor positieve wetenschappen en technologie nog steeds een dip. En dat terwijl jongeren zich blijkbaar wel kunnen motiveren voor studies zoals b.v. milieu- en preventiemanagement en bio-ingenieur. Gevraagd naar een mogelijke verklaring zegt Wilson De Pril: “Ik denk dat technologie mensen intuïtief nog steeds een ‘koud’ gevoel geeft, terwijl er andere ‘warme’ studies zijn, waartoe ook bio of milieu behoort. Hoe kunnen we anders verklaren dat slechts 15% van de ingenieursstudenten meisjes zijn maar dat ze wel de helft van de collegezalen bij de bioingenieurs bevolken?”
Een studie van Agoria wijst uit dat 40 procent van de technologiebedrijven aangeven dat ze in de nabije toekomst ingenieurs in het buitenland zullen moeten zoeken als het tekort in eigen land niet opgelost geraakt. De Pril: “Gelukkig is het aantal studenten burgerlijk ingenieur weer in stijgende lijn. De technische en wetenschappelijke richtingen hinkten jaren achterop. Hun aantal studenten daalde zelfs en volgde daarmee niet de trend van almaar meer studenten in het hoger onderwijs, te danken aan de democratiseringsgolf. Uit een enquête van Agoria bij alle Vlaamse hogescholen en universiteiten blijkt dat er dit academiejaar voor het eerst weer een stijging is van generatiestudenten burgerlijk ingenieur (+ 5,1%), en dat er nu ook weer meer studenten industrieel ingenieur zijn (+5,6%) na een decennium van vrije val. Uit diezelfde enquête blijkt overigens dat nog steeds slechts 14,9% van de ingenieursstudenten vrouw zijn. “Jammer”, aldus de directeur-generaal, “want ook bij ingenieurs is er nood aan typisch vrouwelijke kwaliteiten als communicatie en teamwerk.”
Halen we norm?

“Ik vind het jammer dat jonge mensen op een vrijblijvende manier hun studie kiezen. Het is belangrijk dat ze dat in functie van een duidelijke visie doen, niet alleen van henzelf, maar ook in functie van waar we als regio Vlaanderen naartoe willen. “
In ieder geval heeft Vlaanderen een stijging van het aantal ingenieursstudenten absoluut van doen om de Lissabondoelstellingen in 2010 te halen. Daarin wordt gesteld dat tussen 2000 en 2010 het aantal afgestudeerden in wetenschappen, wiskunde en technologie met 15% zou moeten stijgen. Wilson De Pril is nu helemaal op dreef en breekt enthousiast een lans voor deze studies.: “Welke jongere staat er bijvoorbeeld stil bij het feit dat technologie ook belangrijk is voor de sportbeoefening? Achter een fiets of een polsstok zit heel wat vernuftige technologie. Met onze federatie proberen we aan jongeren te tonen dat er maar weinig beroepsactiviteiten zijn die niet technisch onderbouwd zijn. We proberen dat op een manier te doen die jongeren rechtstreeks aanspreekt. We willen kinderen en jongeren op een plezante, en niet op een saaie manier met technologie in contact brengen, zodat ze erdoor gefascineerd geraken en het willen verstaan.”
Wilson De Pril duidt op de noodzaak om de leerkrachten en de leraars eveneens te overtuigen van de noodzaak en het boeiende van technische studies. “Je moet jongeren vooral aanspreken in de taal die zij begrijpen en met je initiatieven de link naar hun leefwereld leggen. Voor leraars is hier een belangrijke taak weg gelegd.” Of anders gezegd: waar staat men met de verbondenheid met de realiteit als kinderen nog steeds de opdracht krijgen om fabrieken te tekenen als vervuilende gebouwen met rokende schoorstenen. “Zo vroeg begint de imagovorming over technologie inderdaad al”, beaamt De Pril. Gecombineerd met een comfortabele en vanzelfsprekende levensstandaard is het misschien niet zo verwonderlijk dat mensen zich nestelen in verworvenheden.
Vlaanderens uitdaging
Er is nog veel werk aan de winkel in onze regio. Niet alleen de mensen zullen het verschil maken, maar ook de overheid moet de voorwaarden scheppen waarin dat verschil kan gemaakt worden, zodat we met zijn allen een tegengewicht kunnen vormen tegen het technologische geweld en het menselijk enthousiasme van b.v. de Bric-landen. Het heeft geen zin alles in te zetten op de mensen als de bedrijven kreunen onder de fiscale lasten en loonkosten, en hun concurrentiepositie niet kunnen handhaven. Dat is dweilen met de kraan open. Een geïntegreerde aanpak is op zijn plaats.
Agoria als sectorfederatie wil hier echt het verschil proberen te maken. Op 20 januari 2009 wordt ‘Vlaanderen in Actie’ gelanceerd. Dat is het project van de Vlaamse Regering om de troeven van Vlaanderen te versterken. “Dankzij ons talent, onze ligging, een internationale ingesteldheid en onze zin voor innovatie kunnen we in Europa aan de top staan. Vlaanderen ambieert die toppositie tegen 2020 en lanceert daarvoor verschillende projecten, waarvan sommige in samenwerking met Agoria. Als we proberen het verschil te maken, dan moeten we nu bepalen waarop we onze kaarten willen inzetten. Als regio moeten we hiervoor een visie en een strategie hebben. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat we zo van Vlaanderen een regio kunnen maken die helemaal meetelt en waar mensen geëngageerd meewerken in plaats van de evolutie apathisch te ondergaan. Het is onze taak, maar ook die van de overheid, om hen te laten zien hoe ze hieraan kunnen participeren. Informatie werkt, dat hebben we in het verleden al gezien.
Dan wordt het tijd dat de Vlaamse ondernemers voor deze ingenieurs gaan betalen.