The Future Alliance Reflexions

VBO Social Academy: HRM en CEO moet weten welk spel ze spelen

Ken het speelveld

De VBO Social Academy is een reeks van 7 namiddagsessies over de verschillende aspecten van het sociaal overleg. Het is geen cursus onderhandelingstechnieken - verre van - wel een verkenning van het veld waarbinnen het sociaal overleg zich afspeelt. Initiatiefnemer Manou Doutrepont, directeur Sociale Zaken van Fevia, de Federatie Voedingsindustrie heeft oprecht nobele bedoelingen. “Ik wil dat jonge managers vlugger dan de oudere generatie de brede context begrijpen waarbinnen sociaal overleg afspeelt.” Hij is ook vurig pleitbezorger van sociale innovatie. Zijn kreet vond begrip bij het VBO die haar schouders onder de organisatie van de lessenreeks zette.

“België is een land waar je nauwelijks een langetermijnvisie kan ontwikkelen. Hierdoor kan je alleen maar een pragmatisch beleid voeren.”

Moet de Social Academy dan een lacune opvullen? “Zeker”, zegt Manou Doutrepont, “Ga maar eens op zoek naar een module ‘Industrial Relations’ aan onze universiteiten, hogescholen of managementscholen. Je vindt er geen. Je kan je zelfs afvragen of we aan de universiteiten voldoende mensen hebben die beslagen zijn in de materie. Akkoord, enkelen wel, maar daarom gebeurt de kennisoverdracht nog niet.”

In ieder geval is het een vreemde zaak dat er aan de vorming rond sociaal overleg zo weinig aandacht wordt besteed. Zowat tachtig procent van de HR kosten vindt namelijk zijn oorsprong in het sociaal overleg. Of het nu gaat om ploegenbarema’s, indexering of verlof… in een ver of nabij verleden werd het allemaal met de sociale partners besproken, is het niet op nationaal, dan wel op sector- of ondernemingsniveau. Het sociale overleg vormt een belangrijk onderdeel van het takenpakket van een bedrijfsleider of human resources manager, hoewel dat niet altijd als dusdanig erkend wordt. Manou Doutrepont: “Vreemd dat men 80% van zijn energie steekt in allerlei HR systemen en methodieken die slechts 20% van het HR werkdomein bestrijken. En dat men aan die 80% nauwelijks iets doet. Kijk, ik ben ouder dan vijftig en het kan me behoorlijk frustreren dat ik nu bepaalde zaken en mechanismen in het sociaal overleg (beter) begrijp die ik vroeger had kunnen verstaan als er daarover onderwijs zou bestaan . Had ik sommige zaken eerder gevat dan had ik daar behoorlijk mijn voordeel mee kunnen doen. Een betere kennis van het sociaal overleg betaalt zichzelf binnen de kortste keren terug.” Blijkbaar vielen zijn verzuchtingen in vruchtbare aarde, want ze werden in dit concreet initiatief omgezet door het VBO.

Boude beweringen

Dit zijn natuurlijk boude beweringen van Manou Doutrepont. Vindt hij dan dat de HR Manager een gebrek aan vakkennis heeft? “Neen. Ik heb veel respect voor vele HR Managers. Van sommigen heb ik enorm veel geleerd,” zegt hij “maar in mijn beroep kom ik er ook tegen die misschien wat meer fingerspitsengefühl zouden mogen hebben in hun omgang met de vakbonden en werknemers. Men kan er iets aan doen. The Social Academy wil de HR Manager hierin ondersteunen. Tijdens deze eerste editie gebeurt dit vooralsnog op een vrij academische wijze om inzicht te verwerven. In de toekomst zou dit wellicht ook interactiever kunnen gebeuren, via workshops van meer praktische inslag.”

Uiteraard gaat het doelpubliek voor de cursus verder dan de HR Manager alleen. Hoeveel bedrijfsleiders van KMO’s worstelen niet met de materie? “Werkgevers zijn goed in de meest uiteenlopende zaken: ze weten alles over productie, en over financies of marketing maar ze voelen zich machteloos als ze (verplicht) moeten omgaan met vakbonden. Toch hebben ze alle vaardigheden om van de sociale dialoog een project te maken, met dezelfde methodes die ze hanteren voor gelijk welk ander bedrijfsproject. Het vertrekpunt is het inzicht dat sociaal overleg veel meer is dan de confrontatie met de vakbond. De “clou” is de directe dialoog met de medewerkers, niet in de plaats maar naast het formeel overleg. Dus gaat het om communicatie en leiderschap. En die bouwt men op de leidinggevenden. Het kaderpersoneel moet het vertrouwen krijgen van de werknemers en hen met respect behandelen.

vbosocial1.jpg
“De onmogelijke spreidstand van de vakbonden zorgt ervoor dat ze met één been in de besluitvorming staan en met een ander in de contestatie.“

De eerste taakbeschrijving van kaderleden is leiding geven. Daarvoor moeten ze gewapend zijn om te gaan met de verwachtingen van hun medewerkers en met de technieken van vakbonden.” Een bijna karikaturaal voorbeeld waarbij de briesende vakbondsman de meestergast bijna letterlijk omver duwt, dringt zich op. “Waar het om draait is: hoe leer je die meestergast hiermee omgaan. Maar vooral hoe incorporeer je dat in je bedrijfsbeleid zodat je uiteindelijk tot respectvolle relaties met alle partijen komt.” Praten - communiceren - wordt door Manou Doutrepont eens te meer als een heel belangrijk instrument aangeduid.

Win-win

Manou Doutrepont is er samen met vele anderen van overtuigd dat er heel wat moet veranderen in het sociaal overleg. De klassieke sociale verhoudingen die hun wortels vinden in de industriële revolutie doen het namelijk niet meer, of zijn in ieder geval onaangepast aan de huidige economische, maatschappelijke en globale omstandigheden. Waarmee Doutrepont helemaal niet wil gezegd hebben dat we voortaan alle oude kennis, overeenkomsten of sociaal overleg overboord moeten gooien. “Regelingen als de Wet Renault of CAO 90 zorgen ervoor dat de zaken opvolgbaar en controleerbaar gehouden worden. Veel van die bepalingen zijn zinvol. Ondanks de misbruiken moeten we die zien als opportuniteiten om naar een echt goede sociale dialoog te evolueren.”

Bedrijfsleiders en HRM-ers moeten weten in welk globaal spel ze spelen. “Ze spelen een acte in het toneelstuk van sociaal overleg met meerdere bedrijven: overleg op interprofessioneel niveau, akkoorden op sectoraal niveau, onderhandelingen over de sociale bescherming enzovoort. Het kan echt geen kwaad om eens even over de heuvel te kijken. Vandaar dat de eerste twee sessies gingen over de economische en sociale performantie van ons sociaal overleg.” Daarin werd bijvoorbeeld bekeken hoe België scoort inzake armoedebestrijding.

Doutrepont verwijst naar de recente studie van Prof. Bea Cantillon waaruit blijkt dat 15% van de Belgen onder de armoedegrens leven en dat ons land hier haar positie behoorlijk verslechterde ten opzichte van buurland Nederland. “Ik denk dat een HRM toch een beetje mag weten in welk veld hij speelt. Kijk, het sociaal overleg is eigenlijk vooral gericht op insiders, mensen die al werk hebben. Heb je erop gelet dat er de laatste maanden zelfs niet meer over ‘tewerkstelling’ wordt gesproken, zelfs niet in het interprofessioneel overleg.” De kritiek als zouden de vakbonden vooral bezig zijn voor hun leden en niet voor de werknemers in het algemeen - waarbij ze ‘tewerkstelling’ verdedigen -, wordt door Manou Doutrepont omschreven als ‘de onmogelijke spreidstand van de vakbonden’. “Enerzijds gaan ze de straat op met hun megafoon en staken ze. Anderzijds worden ze gevraagd in nationale raden.

“Kennisoverdracht is volgens mij de enige manier om het sociaal overleg te veranderen.“

Als ze deel uitmaken van de besluitvorming op politiek niveau dan moeten ze ook het algemeen belang dienen.” Dit is een tweespalt die de vakbonden niet altijd goed verteren en die vooral zijn oorsprong vindt in het individueel stakingsrecht, aldus Doutrepont. “Jij en ik mogen staken. Of je de clausule voor sociale vrede nu naleeft of niet, je kan niet gesanctioneerd worden. De tussenkomst van de rechter om piketten te verbieden, laat tegenwoordig gelukkig een beetje evenwicht toe. In Duitsland bijvoorbeeld is de staking voorbehouden aan de vakbond en ook in Nederland is de procedure voor staking anders.”

Veel omtrent deze materie heeft te maken met visie. En die visie strekt zich niet altijd op lange termijn uit, getuige daarvan het recente interprofessioneel akkoord. “Akkoord, er zijn wel enkele structurele veranderingen, maar niet echt fundamenteel”. Even klinkt er een zucht door in zijn stem: “België is geen land waar je op basis van een lange termijnvisie een beleid kan voeren. Hier moet je het hebben van pragmatisme. Logisch met regeringen waarbij minstens twee partners een lat-relatie hebben met de vakbonden, die van de korte termijn denken. “Waarom is er geen fundamentele reflectie over het terugdringen van de armoede door een echt werkgelegenheidsplan en is het overleg i.v.m. sociale bescherming beperkt tot het al dan niet optrekken van sociale zekerheidsuitkeringen?” En zo zijn we weer bij dat verhaal van insiders-outsiders, hoewel de vakbonden dat contesteren.”

VBO Social Academy

De kennisoverdracht die men met The Social Academy willen bewerkstelligen, richt zich naar CEO’s, CFO’s, HRM, directie- en kaderleden, maar ook tot productiedirecteurs, afdelingsverantwoordelijken, verantwoordelijken public affairs, onderhandelaars, bemiddelaars, journalisten, specialisten in industrial relations of communicatie, ‘Think Tankmedewerkers’, macro-economisten, juristen en adviseurs gespecialiseerd in arbeidsrecht,… die op zoek zijn naar achtergrondinformatie over het sociaal overleg. De theoretische inzichten worden gebracht door zowel academici, onderzoekers als specialisten in het arbeidsrecht. Er werden 7 sessies voorzien, verspreid over 10 maanden en lopend tot juni 2009.

Volgende sessies:
Donderdag 26 maart 2009: Innovatief arbeidstijdmanagement. Donderdag 23 april 2009: Hoe werknemers informeren over gevoelige onderwerpen? Woensdag 10 juni 2009: Sociale dialoog in kmo’s.

Nog geen reacties »

Reageer als eerste!

RSS feed voor comments op dit bericht. TrackBack URL

Plaats een reactie