VBO Social Academy
editoriaal
1 oktober ’08
Ik had gisteren het genoegen om de tweede sessie te volgen in een programma over het sociaal overleg en alles wat daarbij komt kijken in België.
Bezieler van dit aan de belangstelling gemeten succesvolle initiatief is Manou Doutrepont, directeur sociale zaken bij Fevia. Manou Doutrepont : “Werkgevers betalen de syndicale vorming, maar organiseren niet hun eigen vorming met betrekking tot collectieve arbeidsverhoudingen. Alsof dit niet belangrijk is, terwijl 80%, of meer, van de personeelskost functie is van ons sociaal-economisch systeem. Het VBO wil er iets aan doen en biedt met de “Social Academy” een antwoord op de nood naar goed georganiseerde kennisoverdracht voor werkgevers”
De sessie van 14 oktober startte met een verhelderende uiteenzetting van Jan Smets, directeur bij de Nationale Bank. Hij gaf een overzicht van feiten en duiding over de arbeidsmarkt die je –als je erin actief bent zoals wij- eigenlijk wel “weet”. De meerwaarde zat hem dan ook in het gebundeld en overzichtelijk gepresenteerd krijgen van de informatie. Meneer Smets was voorzichtig in zijn uitspraken, wat ook zijn rol is, maar liet niet na om de cijfers voor zich te laten spreken: o.a. wat betreft de hoge graad van inactiviteit en discrepantie in performantie tussen de regio’s en provincies..
Ik onthoud er vooral uit dat België de parameters om de activiteit te bevorderen onvoldoende beheerst of positief bekeken : dat er hier heel wat werk aan de winkel is. Met name de werkgelegenheidsgraad van de 55 tot 64 jarigen is gewoonweg dramatisch: 34,4 % ten opzichte van een EU gemiddelde van 46,6 % (wat op zich nog heel weinig is). Met de vergrijzing van de bevolking komen die problemen als een komeet op ons af. Onze werkloosheidsval is ook uitzonderlijk maar om het positief te houden: met de begeleiding en opvolging van de werklozen gaat het blijkbaar de goede kant uit als ook met de intergewestelijke uitwisseling van vacatures (143.492 voor Brussel, 81.150 voor Vlaanderen en 55.944 voor Wallonië).
Na Jan Smets kwam Bruno Van der Linden aan het woord, professor aan de UCL over “Arbeidsmarktbeleid, parafiscaliteit en loonvorming”. Hij becommentarieerde de gedetailleerde studies die worden uitgevoerd omtrent de invloed van fiscale ingrepen op de werkgelegenheid. Hoezeer ik de grondigheid apprecieer van zijn werk, we kunnen er niet omheen dat er een etatistische visie achter schuilt. Ik wil meer specifiek inpikken op het fenomeen van het “terugverdien-effect” of zelf-financiering van maatregelen, die zou eerder beperkt zijn en daar volg ik hem wel in. M.a.w. voor veel van die maatregelen zouden mensen toch aangeworven zijn zonder de maatregel. Toch mogen we mijns inziens niet vergeten dat elke tegemoetkoming aan ondernemers ook een positief “klimaat” creëert die wellicht een niet onmiddellijk te meten zin in ondernemen aanscherpt omdat deze enkel door een cumul van positieve maatregelen tot stand komt. Van der Linden onderkent dat de werkgevers, vooral KMO’s, de gevolgen van de maatregelen miskennen (ze geloven er niet in). Ik ondersteun deze stelling: de totaliteit van maatregelen is hopeloos complex voor bedrijfsleiders die zich eigenlijk vooral op hun kerntaken moeten focussen en te klein zijn om de HR specialisten in huis te hebben die dit kunnen bestuderen.
Waar Bruno Van der Linden zwaar gekleurd uit de bocht ging, was in zijn verdediging van de automatische indexering van de lonen. Hij noemde dit een verzekering van de werknemers die hun middelen niet kunnen spreiden welke gedekt wordt door de kapitalisten-werkgevers die dat wel kunnen. Heel gekleurd denk ik. Eén vind ik het grof om nog in de tegenstelling kapitaal-arbeid te denken; twee nog erger om werkgevers – kapitalisten als één te beschouwen. Ik denk dat 80% van de KMO werkgevers zich moeilijk kunnen identificeren met het woord “kapitalist”. Van der Linden verdedigde zich door kapitalist te definiëren als “hij die de productie-middelen bezit”. Jawadde, wat zijn die middelen dan in een economie die steeds meer overhelt naar kennis en diensten? De werknemers?
Soit, hoewel intellectueel uitdagend vind ik dat hier teveel binnen een systeem gedacht wordt zonder fundamentele vragen te durven stellen.
Tot slot kwam mevrouw Bernadette Adnet aan het woord, eerste adviseur van het VBO die de prestaties van de Sociale Zekerheid in België in kaart bracht. Haar conclusie : “een gemiddelde dat beter kan” is terecht. Als ik het plaatje bekijk kunnen we veel van buurland Nederland leren, (o.a. voor armoedebeleid, werkgelegenheidsbeleid en pensioensystemen). Voor onze gezondheidszorg zitten we anderzijds met een beter resultaat maar wel met een duur systeem. Zweden en Luxemburg doen het hier blijkbaar beter met minder geld.
Tot slotsom : de sociale academie van het VBO heeft mijns inziens zeker een hoge toegevoegde waarde gezien de hoge impact van de thematieken op elk aspect van ons dagelijks leven.
[…] dat terzijde). Gelukkig zijn er ondertussen vele partijen die deze spiraal trachten te keren. Het VBO roept op om dringend meer te investeren in onderzoek en ontwikkeling, agoria tracht met Make Over […]